Kinderfysiotherapie

Kinderfysiotherapie heeft als uitgangspunt de optimale ontwikkeling van het kind en richt zich specifiek op de ontwikkeling van het bewegend functioneren, oftewel de motoriek. Kind en ouders worden benaderd vanuit een pedagogisch en ontwikkelingspsychologisch perspectief. Dat betekent dat er bij de therapie rekening wordt gehouden met de opvoedingsdoelen die de ouders met hun kind voor hebben.

In de vierjarige post HBO-opleiding kinderfysiotherapie heeft de therapeut zich gespecialiseerd in het observeren, onderzoeken en behandelen van kinderen en jeugdigen van 0– 19 jaar.

Binnen onze praktijk zijn Y. (Yvonne) Appelboom, P (Pascal) van der Weegen MSc. en S. (Sanne) van Hinten hiervoor verantwoordelijk. Zij benaderen kinderen op hen eigen specifieke wijze die past bij de situatie van dat moment.

Ze zijn aangesloten bij de Nederlandse Vereniging voor Fysiotherapie in de Kinder- en Jeugdgezondheidszorg (NVFK) en ingeschreven bij het Register Kinderfysiotherapie. Dit register maakt deel uit van het Centraal Kwaliteitsregister KNGF.

Voor wie ?
Een kind moet nog van alles leren. De meeste kinderen ontwikkelen zich op een natuurlijke manier. Door te bewegen, te spelen, ontwikkelen ze hun zintuigen en motoriek en groeien zo tot volwassenheid. Bij sommige kinderen is er sprake van een vertraagde of afwijkende ontwikkeling. Dit kan het gevolg zijn van een aandoening aan zintuigen, organen, zenuwstelsel of houdings- en bewegingsapparaat. Omdat bij elke leeftijd bepaalde vaardigheden horen, is vast te stellen of de ontwikkeling van het kind vertraagd of afwijkend is. Hiervoor zijn goede testen ontwikkeld.

Wat gebeurt er?
Uw kind is doorverwezen naar een kinderfysiotherapeut in verband met (dreigende) problemen in de harmonische ontwikkeling. De kinderfysiotherapeut gaat het kind nu observeren en onderzoeken. Om een zo compleet mogelijk beeld te krijgen, wordt vaak niet alleen informatie ingewonnen bij ouders maar ook bij school en eventueel anderen. Afhankelijk van de resultaten stelt de kinderfysiotherapeut een behandelplan op. De behandeling zal er op gericht zijn de motorische en zintuiglijke ontwikkeling van het kind te stimuleren. Hierbij spelen functionele aspecten een centrale rol. Kindgericht oefenmateriaal kan het plezier in bewegen vergroten en specifieke functies uitlokken. Onze praktijk beschikt over een speciaal daarvoor ingerichte ruimte.

Ouders en verzorgers
De kinderfysiotherapeut betrekt de ouders/verzorgers zodanig bij de behandeling dat zij inzicht krijgen in de problematiek van het kind.
Hierdoor hebben de ouders/verzorgers meer mogelijkheden het kind in het dagelijks functioneren te begeleiden door oefeningen of spelletjes met hen te doen. Als het nodig is vindt behandeling aan huis plaats. Dit gebeurt onder anderen bij baby’s van 0-2 jaar en bij kinderen met een ernstige handicap.

Samenwerking
Tijdens de verdere ontwikkeling van het kind kunnen zich nieuwe aspecten van de problematiek voordoen. Het kan dan noodzakelijk zijn opnieuw contact op te nemen en/of samen te werken met anderen. Dit betreft disciplines zoals arts, logopedist, ergotherapeut, leerkracht, remedial teacher, orthopedagoog/psycholoog, maatschappelijk werker en anderen. Binnen onze praktijk is ook een op kinderen gespecialiseerde logopediste werkzaam.

Verwijzing
Ouders/verzorgers, CB-artsen, jeugdartsen en leerkrachten hebben een belangrijk signalerende taak. Via huisarts of arts-specialist wordt meestal ingestuurd. Onze kinder-fysiotherapeuten zijn ook direct toegangkelijk, zodat een verwijsbriefje niet noodzakelijk is. Dat hoeft niet altijd te betekenen dat daadwerkelijk wordt overgaan tot behandeling. Ook wordt vaak verwezen voor enkel en alleen een goed onderbouwd advies. De kinderfysiotherapeut is immers een expert op het terrein van de motorische ontwikkeling van kinderen.

Aanvullende informatie kunt u vinden op www.nvfk.nl. Voor kinderen van 0-4 jaar: www.beweegkriebels.nl

Movement -ABC test
De Movement-ABC test is een gestandaardiseerde motorische test voor Nederlandse kinderen. Met behulp van deze test kan een uitspraak gedaan worden over een achterstand in de motorische ontwikkeling. De test kan afgenomen worden bij kinderen van 4 tot 12 jaar. De test is opgebouwd uit 3 onderdelen: handvaardigheid, balvaardigheid, statische en dynamische evenwicht. Gezien de leeftijd van het kind worden bepaalde opdrachten uitgevoerd.

Voorkeurshouding van hoofd bij baby’s

Adviezen voor ouders / verzorgers
Sommige baby’s houden meestal hun hoofd naar rechts, andere draaien hun hoofd juist liever naar links. Zo’n voorkeur voor links of rechts kan gevolgen hebben voor de ontwikkeling van de baby. Zo kan het – nog zachte – schedeltje aan de voorkeurskant afgeplat raken. Het is ook mogelijk dat de romp scheefgroeit. Hoe het ook zij: als er niet wordt ingegrepen, wordt de voorkeur steeds sterker. En de kans dat de scheefstand nog gecorrigeerd kan worden, kleiner.

Basisregels
Om ervoor te zorgen dat uw baby naar alle kanten soepel kan bewegen en een mooie rechte houding krijgt, is het van belang dat u zich aan de volgende basisregels houdt:

  • stimuleer uw baby om het hoofd naar de niet-voorkeurskant te draaien
  • laat de baby ervaren wat recht liggen is.

Uit zichzelf zal de baby dit niet doen; hij/zij heeft dus uw hulp nodig!

De praktijk van alledag

in bed

  • Als de baby op zijn/haar rug slaapt: draai het hoofdje naar de niet-voorkeurskant. Soms lukt dat niet en draait hij direct terug. Probeer het dan nog eens als hij/zij slaapt.
  • Als de baby wakker is: leg of zet (geluid makend) speelgoed aan de niet¬-voorkeurskant.
  • Let op de lichtbron (raam of lamp) in de babykamer: baby’s kijken graag naar het licht. leg de baby zo neer dat hij/zij zijn/haar hoofd naar de niet-voorkeurskant moet draaien om de lichtbron te kunnen zien. Draai het bedje zonodig om, of maak het andersom op.

Aankleden

  • Leg de baby zo op het aankleedkussen dat hij/zij het hoofd naar de niet-voorkeurskant moet draaien om u te zien.
  • Neem de baby ter afwisseling ook eens recht voor u; hij ervaart dan ook wat recht liggen is.

Voeden

  • Als u flesvoeding geeft, houd de baby dan zo vast dat hij/zij naar de niet-voorkeurskant moet draaien om u te zien. Zorg dat beide armpjes naar voren liggen.
  • U kunt de baby ook recht voor u op uw benen leggen, zodat hij/zij het hoofd in het midden houdt.

Dragen

  • Wanneer de baby tegen uw schouder ligt (bijvoorbeeld als u hem/haar knuffelt of troost, of als hij/zij een boertje moet laten), zorg er dan voor dat zijn/haar hoofd in de niet-voorkeurshouding tegen u aanligt.
  •  Wanneer u de baby op uw arm draagt, is het goed om links en rechts af te wisselen. Draagt u de baby op een andere manier, bijvoorbeeld in een draagzak, draai het hoofd dan naar de niet-voorkeurskant of naar het midden.

Zitten

  • Als u de baby op schoot hebt, zorg dan dat uw stem van de niet-voorkeurskant komt. Geef dit ook aan bij kraamvisite of oppas.
  • Als uw baby in een wipstoeltje steeds opnieuw wegzakt, is hij/zij daar nog niet aan toe. Wacht tot hij/zij wat sterker is. Zet het stoeltje dan zo neer dat hij naar de niet-¬voorkeurskant kijkt, of recht naar voren.

In de box

  • Hang het speelgoed op borsthoogte recht voor de baby, of iets naar de niet-¬voorkeurskant.
  • Let ook hierbij op waar geluid en licht vandaan komen.

Buikligging

Uitgangspunt bij de meeste van deze adviezen is dat de baby op zijn/haar rug ligt. Het is belangrijk de baby als hij/zij wakker is ook een paar keer per dag op zijn/haar buik te leggen. U moet er dan wel bijblijven!

Zolang de baby nog niet zelf kan rollen, raden wij u aan hem/haar direct na het verschonen even op zijn/haar buik te leggen, met de armen naar voren, zodat hij/zij op de ellebogen kan steunen. Zo kan hij/zij gemakkelijker zijn hoofd optillen en naar beide kanten kijken. Lukt dit nog niet, geef hem/haar dan met uw hand wat steun op de billen.

Zijligging

Als u de baby op zijn/haar zij legt, is het naar voren leggen van de beide armen meestal voldoende om doorrollen naar de buik te voorkomen. De voorkeurshouding kan veroorzaken dat de baby in zijligging spanning in de nek voelt en daardoor terugrolt naar de rug. Door een dun opgevouwen handdoek onder het hoofd te leggen, wordt de spanning vaak minder.

Doelstelling

Doel van al deze adviezen is dat de baby:
recht kan liggen, zowel op de rug als op de buik het hoofd in het midden kan houden en naar alle kanten even goed om zich heen kan kijken beide armen en benen evenveel kan gebruiken. Als er geen sprake meer is van een voorkeurshouding, blijft bewegen naar alle kanten belangrijk. Extra aandacht voor de niet-voorkeurshouding vervalt dan.

Babymassage
“Worden gedragen, gewiegd, gestreeld, vastgehouden, gemasseerd, zovele wijzen om kleine kinderen te voeden. Minstens even onontbeerlijk als vitaminen, mineralen en eiwitten. Als een kind dit alles moet missen, evenals de geur, de warmte en het vertrouwde stemgeluid, dan zal het, zelfs al wordt het volgegoten met melk, van honger wegkwijnen.”

Frederick Leboyer,
Shantala, babymassage.

Inleiding
Babymassage is eenvoudig en toch is het een diepzinnige kunst. Omdat de baby helemaal naakt moet zijn, is het van belang dat de kamer goed verwarmd is. In de zomer kan het buiten gebeuren als het warm genoeg is. De massage gebeurt het beste ‘s morgens, als het kind nuchter is en wordt het beste gevolgd door het bad. Omdat het warme water de diepe ontspanning zal vervolmaken. Voor het slapen gaan kan het herhaald worden. (Shantala babymassage). De olie die men gebruikt, moet een natuurlijke samenstelling hebben, bijvoorbeeld kokosnootolie, amandelolie. De huid wordt gereinigd als alle olie niet is opgenomen (bad). De vrouw of man zit het beste op de grond met de benen gestrekt, de rug goed recht en de schouders ontspannen (eventueel een kussen onder het zitvlak). Het kind ligt op de benen op een doek met daaronder een stukje zeil. Door de diepe ontspanning gaat de baby vaak plassen. Oogcontact is belangrijk. Men communiceert voortdurend met het kind, men spreekt met heel zijn wezen: ogen, handen, stem. Men denkt alleen aan datgene waar men mee bezig is. Wees ‘daar’. Men zorgt dat men rustig doorademt en geaard is. Het ritme van de massage is steeds hetzelfde. De massage is soepel en ontspannen en heeft toch ook kracht en energie die doorstroomt.

Wanneer begin je met babymassage?
Je kan vanaf het begin de baby masseren, het zal dan meer een strelen zijn eventueel over de kleertjes. De tijd zal kort zijn. De eerste maand masseert men het buikje nog niet, zeker als het naveltje nog niet genezen is. Vanaf de derde week zal een kindje er van genieten om naakt gemasseerd te worden. De duur wordt langer naargelang de leeftijd van uw kind. Dit loopt op tot 25 a 30 minuten vanaf de tweede maand.
Men past zich wel aan aan het kind: wat en hoelang deze iets fijn vindt!

Massage van borst en schouders
De baby ligt op de rug op uw dijen. Neem wat olie in de handen en wrijf deze warm. Wrijf kleine kringetjes op het bovendeel van de borst met de vingertoppen. Leg de vingertoppen onder aan het borstbeen en wrijf naar boven. Lat de handen uiteengaan naar de schouders toe. Het is alsof je een geopend boek voor je hebt liggen, waarvan je de bladzijden goed plat wilt strijken. Nu gaan de handen elkaar afwisselen. Vertrekkend van 1 flank gaat een hand omhoog naar de tegenoverliggende schouder. De andere hand vertrekt dan aan de andere kant. Als een golfbeweging wisselen de handen elkaar af.’

Laat de handen op de schouders rusten en masseer met de duimen van het borstbeen naar de zijkanten toe in kringetjes.

Massage van schouders en armen
De baby ligt op de rug of op de zij op uw dijen. Met een hand pak je het handje vast. Met de andere hand omvat je de schouder van de baby alsof je een armbandje vormt dat langzaam naar omhoog bewogen wordt langs de arm van de baby. bij de hand aangekomen zijn je handen samen en doet de andere hand hetzelfde. Zo volgen de handen elkaar op. Je twee handen kunnen gelijktijdig samenwerken door ze vlak onder elkaar bij de schouder te plaatsen. Deze twee armbandjes bewege n nu naar de hand toe met een soort schroefbeweging om het armpje. Nu ga je de hand masseren. Eerst masseren de duimen van de handwortel naar de vingers toe. Dan doe je ook de andere arm.

Een paar oefeningetjes:

  • Breng een handje gekruist over de borst naar de tegenovergestelde schouder en weer terug. Dan het andere armpje.
  • Dan met twee armen samen.
  • Als de baby weerstand biedt, respecteer deze. Sommige kindjes vinden het bedreigend om hun twee armpjes te openen.

Massage van de buik
De baby ligt op de rug op uw dijen.
Leg je hand over het buikje. Schommel de baby heen en weer.
De handen werken om de beurt. Vertrekkend van de onderkant van de borstkas gaan ze benedenwaarts naar de onderkant van de buik. Je trekt de handen 1 voor 1 naar je toe. Loodrecht over het lichaam van de baby. Je handen zijn vlak.
Leg de handen aan de flanken van de baby bij het onderste deel van de borstkas. Wrijf met de handen naar omlaag en het midden zodat de handen bij het schaambeen uitkomen.
Plaats de vingertoppen van 1 hand boven de navel en die van de andere hand eronder. Ontzie de navel. Wrijf telkens met 1 hand kringen “met de wijzers van de klok mee” (dit is ook de richting van de dikke darm). Als de ene hand wordt opgelicht gaat de andere hand verder.

Massage van de benen
De baby ligt op de rug op uw dijen.
Dit gaat hetzelfde als bij de armen.
Dus een voor een met de handen van de dij naar de voet en met twee handen samen het beentje omringend met een schroevende beweging omhoog.
Leg de handen rond de dijen van de baby. Wrijf zachtjes cirkelvormige bewegingen naar de knieën toe.
En dan de voeten. Met de duimen de voetzool masseren.
Nog enkele oefeningetjes:

  • Pak de onderbenen vast en druk voorzichtig de knietjes naar de buik toe. Gaat de baby terugduwen, geef dan mee, zodat de baby zelf de knieën strekt.
  • Breng de voetzolen tegen elkaar boven het schaambeen. Iaat het bekken zachtjes heen en weer schommelen.
  • Je pakt de beide voetjes van de baby en kruist de beentjes over de buik. Dan ‘open’ je, door de beentjes te strekken en te spreiden.

Massage van de rug

Je kan de baby op verschillende manieren neerleggen:

  • op de buik op uw dijen.
    Leg je handen bij de schouders en masseer in neerwaartse richting naar de billen toe.
  • op de buik dwars over uw dijen
    Je legt de handen op de rug ter hoogte van de schouders. Nu gaan ze een voor een vooruit. Je handen gaan, de een na de ander vooruit en achteruit.Je houdt je handen plat. je handen werken vooral bij het naar voren gaan. En stukje bij beetje verplaatsen je handen zich naar de billen. En gaan dan weer omhoog. Altijd als een golfbeweging. Als het getij, dat opkomt en zich weer terugtrekt.

Je ene hand hou je onder de billen. De andere hand wrijft over de rug van de baby van de nek tot de billen. Om dan weer terug te keren naar boven. Zo kan je ene hand ook de voeten vasthouden. En de andere hand strijkt van de nek tot aan de hielen.

Massage van het gezicht
De baby ligt op de rug op uw dijen.

  • Het voorhoofd
    Het bovenste deel van de vingers verplaatst zich vanuit het midden van het voorhoofd naar de zijkanten, de lijn van de wenkbrauwen volgend. Dan gaan ze weer naar het midden en herhalen de beweging. Telkens gaan de vingers een klein stukje verder naar de buitenkant: vanaf de slapen naar onderen, buiten de ogen om, langs de wangen.
  • De neuswortel
    Nu gaan de duimen heel licht omhoog langs beide kanten van de neuswortel. En dan weer naar beneden en weer omhoog… De nadruk ligt op de naar bovengaande beweging.
  • De neusplooien
    Je legt je duimen op de gesloten ogen van het kind (als ze open zijn, sluit je ze heel voorzichtig). Van daaruit gaan de duimen naar beneden en volgen de buitenste neusplooien en gaan de mondplooien. Om te eindigen aan de onderkant van de wangen.
  • De oortjes kun je ook zachtjes masseren.