Arbeidsfysiotherapie / arbeidsreïntegratie

Met het product arbeidsfysiotherapie richten we ons op het bedrijfsleven, instellingen en organisaties. De werkgever is wettelijk verantwoordelijk voor doelmatige verzuimbegeleiding / vroeginterventie van ziekten en/of aandoeningen van werknemers. Door een snelle interventie bij dreigend arbeidsverzuim wordt de arbeidsschadelast beheersbaar en tot een minimum beperkt. Een belangrijke taak is hierbij weggelegd voor de direct leidinggevende. Door de verwachtingen van de direct leidinggevende en/of bedrijfs- en/of arbo-arts als uitgangspunt te nemen en hen ook deelgenoot te maken van onze bevindingen heeft u als werkgever maximale invloed op het begeleidingsproces. Multidisciplinaire samenwerking en interdisciplinair overleg is binnen deze visie onontbeerlijk. Vooral ook omdat vanaf 01 januari 2004 bedrijfs- en arbo-artsen direct naar de curatieve zorg kunnen verwijzen.

Werkgever (casemanager / bedrijfsarts / arbo-arts), werknemer en fysiotherapeut trachten samen een oplossing te vinden bij arbeidsrelevante fysieke gezondheidsproblemen om te komen tot:

  1. Reductie van het verzuim
  2. Voorkoming van blijvende uitval
  3. Bevordering van zelfmanagement (gedragsbeïnvloeding)
  4. Verbetering van het algehele welbevinden.

Fysiotherapeutische interventie kan de oplossing zijn bij een klacht aan het houdings- en bewegings- apparaat in geval van:

  1. Verminderde productiviteit
  2. Dreigend arbeidsverzuim
  3. Ziekmelding

Onze fysiotherapeuten zijn bij uitstek deskundig op het gebied van (arbeids)gerelateerd bewegen. Alle verbijzonderingen (specialisaties) kunnen we binnen onze praktijk aanbieden. We stellen ons voortdurend op de hoogte van de ontwikkelingen binnen ons vakgebied.

Preventie en resultaatgerichtheid staan centraal binnen ons handelen.

Dit betekent enerzijds voorkomen dat mensen door verkeerd arbeidsgedrag stoornissen aan het bewegingsapparaat oplopen, anderzijds voorkomen dat herhaling van klachten optreedt of klachten verergeren.

Bewegingsarmoede (zittende beroepen) is op dit moment volksvijand nr. 1.

Verhoging van cholesterolwaarden, diabetes, hart- en vaatziekten en osteoporose kunnen het gevolg zijn. Volgens de “Nederlandse Norm Gezond Bewegen” dient iedereen gedurende minsten 30 minuten vijf maal per week matig intensief (licht transpirerend) te bewegen. Naast gezondheidsvoorlichting wordt daarom verhoging van het algeheel welbevinden nagestreefd door laagdrempelige actieve beweegprogramma’s voor thuis en op het werk te integreren binnen het totale bedrijfsbeleid. Productiviteit, onderlinge saamhorigheid, werksfeer, tevredenheid, binding en bedrijfsimago nemen hierdoor toe, terwijl fysieke/ psychische uitval, ziekteverzuim, stress en daardoor ook de arbeidsverzuimkosten juist afnemen.

Kijkt u voor eigen initiatieven ook eens op internetsites zoals bv. :

www.tno.nl

(tip: lunchwandelen en de beweegwijzer)

www.sportiefwandelen.nl
www.fietsnaarjewerk.nl

www.fietsen.123.nl

Door uw hulpvraag als werkgever (casemanager / bedrijfsarts / arbo-arts) als uitgangspunt te nemen en u deelgenoot te maken van onze bevindingen heeft u maximale invloed op het begeleidingsproces. Behandeling vindt alleen plaats als uw werknemer daarmede het beste gediend is. Zo zorgen we ervoor dat uw werknemers die fysiotherapeutische zorg krijgen die nodig is. Snelle interventie bij dreigend arbeidsverzuim zien wij als een belangrijke taakstelling. Een goede nazorg is daarbij onontbeerlijk als stok achter de deur. Dit alles is de garantie voor de best mogelijke behandeling. Een intake in de werkomgeving geeft ons een goede indruk van de arbeidsomstandigheden. Zelfs een goed ingerichte werkplek geeft nog niet de garantie dat er op de juiste wijze mee wordt omgegaan.

Welke interventies zijn mogelijk?
Fysiotherapie met haar verbijzonderingen (zie onder button therapieën) zijn behandelvormen gericht op klachten van het bewegingsapparaat in de ruimste zin van het woord. Alvorens een behandeling te starten, zal de fysiotherapeut eerst een uitgebreide intake verrichten om de complexiteit van de arbeidsgerelateerde problematiek te onderzoeken. Deze bestaat uit een vraaggesprek (algemene, klachten- en arbeidsspecifieke anamnese), een lichamelijk en eventueel werkomgevingonderzoek. Aan de hand hiervan wordt samen met u, de werkgever (casemanager / bedrijfsarts / arbo-arts), een beslissing genomen of behandeling al dan niet geïndiceerd is. Enerzijds wordt het fysieke verwerkingsvermogen (belastbaarheid) van de werknemer geanalyseerd. Naast de aan de arbeidsfunctie gerelateerde stoornissen in functies (zoals kracht- en mobiliteitsverlies) worden de beperkingen in arbeidsvaardigheden en/of activiteiten of handelingen onderzocht. Anderzijds worden de belastende factoren binnen de arbeidssituatie geïnventariseerd. Hierbij wordt ingegaan op de inhoud, de omstandigheden, de verhoudingen en de voorwaarden van de arbeid. Van belang zijn hierbij de eigen regelmogelijkheden van de werknemer. Deze uitkomsten worden afgezet tegen de ergonomische normen en richtlijnen. Door zicht te krijgen op de verschijnselen en gevolgen van overbelasting wordt op deze wijze een individueel arbeidsprofiel van de cliënt / patiënt opgesteld.

Op gestructureerde wijze wordt gekomen tot een juiste fysiotherapeutische diagnosestelling en doelgerichte efficiënte behandeling. Het behandelplan richt zich op het minimaliseren of opheffen van de arbeidsgerelateerde stoornissen en beperkingen ( en de daarmee samenhangende participatiestoornissen). De belangrijkste doelstelling is een zo optimaal mogelijk afstemmen (tuning) tussen het fysieke verwerkingsvermogen en de belastende factoren van de patiënt / cliënt.

In geval van verzuim is het belangrijk de patiënt / cliënt voor te bereiden op terugkeer naar de arbeidssituatie. In de uitvoering van dit proces neemt het trainen van problematische arbeidshandelingen een belangrijke plaats in.

De realisatie van de behandeldoelen vraagt om gedragverandering van de werknemer en een continuering van nieuw aangeleerd gedrag. Parallel aan of geïntegreerd in het behandelplan worden daarom samen met de patiënt voorlichtingsdoelen geformuleerd die rekening houden met zowel persoonsgebonden als de arbeidsspecifieke factoren van de patiënt / cliënt. Een actieve benadering van de door de cliënt gepresenteerde problematiek staat centraal. Het voorkomen van of de aanwezigheid van klachten worden in deze visie beschouwd als gedeelde verantwoordelijkheid tussen medewerker en behandelaar. Onder het motto “als u kunt sporten kunt u ook werken” en “werken is topsport” zijn we gaan samenwerken met Body Active in Oud Gastel en Haelth City te Roosendaal en Schiedam. Samen met een bedrijfsarts, sportarts, arbeidskundige, organisatiepsycholoog, sportpsycholoog, inspannningsfysioloog, sportfysiotherapeut, manueeltherapeut en fitness/sporttrainers hebben we een aantal producten ontwikkeld. Het ultieme doel is om de verzuimdrempel van werknemers te verhogen. Alle hierbij betrokken partijen zijn “partners in gezond sporten en werken”.

Overzicht van onze diensten arbeidsfysiotherapie:

  1. Behandeling met behulp van fysiotherapie bij klachten van het bewegingsapparaat
  2. Advisering ten aanzien van de fysieke mogelijkheden tot het verrichten van arbeid.
  3. Verhoging van de fysieke belastbaarheid (oa. functiegerichte workhardening).
  4. Gezondheidsvoorlichting met individueel advies van de leefstijl.
  5. Psychosomatische begeleiding.
  6. Beoordeling van het functioneren in de werkomgeving.
  7. Actieve beweegprogramma’s voor thuis en op het werk.

Voor meer informatie over arbeidsgerelateerde vraagstukken zie www.arbeid.tno.nl en www.arbo.nl. Onze diensten worden gekenmerkt door de volgende kwaliteitsaspecten:

  1. Centraal coördinatiepunt voor communicatie en afstemming.
  2. Dienstverlening door geregistreerde deskundigen.
  3. Directe toegankelijkheid met uiterst korte communicatielijnen (via werkgever (casemanager / ARBO-arts / bedrijfsarts).
  4. Niet medicaliserend (curatief) en resultaatgericht.
  5. Eenduidig, herkenbaar en procesmatig.
  6. Aanbieding van alle fysiotherapeutische specialisaties onder een dak.
  7. Ruime ervaring op het gebied van arbocuratie door deelname aan verschillende providerbogen dmv een Service Level Agreement.
  8. Gunstige regionale vestiging van ons trainingscentrum in West-Brabant, gemeente Oud Gastel en TopShot te Roosendaal.
  9. Intake binnen 1 werkdag.
  10. Schriftelijke rapportage van deze intake aan de werkgever (casemanager / ARBO-arts) binnen 2 werkdagen.
  11. Minimaal één keer in de vier weken een tussenrapportage.
  12. Beoordeling van het voortgangstraject steeds bij elk cliëntencontact.
  13. Een eindrapportage bij beëindiging van het behandeltraject.
  14. Hanteren van een schriftelijk vastgelegde klachtenprocedure.
  15. Hanteren van een schriftelijk vastgelegd privacyreglement.

Onze praktijk werkt nauw samen met het Nederlands Kenniscentrum Arbeid en Klachten Bewegingsapparaat te Rotterdam.

EMCare – polikliniek, Rochussenstraat 125, Nieuw Hoboken, 3de etage
Postbus 2040, 3000 CA Rotterdam
(t) 010-4632012 / (f) 010-4632010
www.emcare.nu

Via balie@vanzuilichemzorg.nl kunt u contact met ons opnemen voor meer informatie.

Programma A: Werkplekscan en dreigend verzuim

Doelgroep A
Indicaties voor werkplekscan (WPS – beoordeling) en de verzuim interventie module (VIM – dreigend verzuim) zijn:

  • Aanwijzingen tot ergonomische belemmeringen.
  • Storingen vanuit de fysieke omgeving.
  • Beoordeling arbeidshoudingen en/of bewegingen.
  • Efficiënt gebruik van (voor handen zijnde) hulpmiddelen.

Werkwijze
Tijdens de WPS vindt uitsluitend een eenmalige beoordeling van de werkplek plaats, waarbij de eventuele risicofactoren in kaart worden gebracht. Tijdens de VIM worden, in samenspraak met de cliënt en opdrachtgever, adviezen gegeven en aanpassingen doorgevoerd.
Er wordt hierbij vanuit gegaan dat de cliënt nog deelneemt aan het arbeidsproces.

Programma B: Biomedische training en begeleiding
Doelgroep B

Indicaties voor de biomedische training zijn:

  • Korter dan 6 weken uit het arbeidsproces of nog werkzaam.
  • Klachten t.g.v. stoornissen c.q. beperkingen van de activiteiten in de lumbo-sacrale, thoracale- en cervicale wervelkolom ( waaronder H.N.P. , bulging disc, discopathie, instabiliteit, degeneratieve afwijkingen, M. Bechterew. M. Forrester, M. Scheuermann, osteopenose, osteoporose, (post)whiplash, RSI, etc), waarbij vooral de gevolgen van de aandoening van belang zijn.
  • De grote groep van de zgn. a-specifieke wervelkolomklachten

Werkwijze

  • Gedurende 5 weken 15 uur individuele training.
  • Gedurende 4 weken 8 uur individuele c.q. groepstraining
  • Gedurende 3 weken 6 uur groepstraining.

In de eerste vijf weken wordt de cliënt onderworpen aan een methodisch voorlichtingsprogramma, waarbij steeds het geleerde ingeoefend wordt. Opdrachten worden meegegeven voor thuis.

In de daarop volgende weken staat het trainen centraal, waarbij volgens de principes van de graded activity gehandeld wordt.

De grenzen tussen belasting en belastbaarheid worden gezocht en uitgebouwd. Tijdens de drie laatste weken wordt ingestroomd in een groep, waarbij gebruik gemaakt wordt van de interactie tussen de groepsleden.

Na 5, 9 en 12 weken vindt een tussentijdse evaluatie plaats.

Programma C: Psychosociale en Psychosomatische training en begeleiding
Doelgroep C

Indicaties voor psychosociale en psychosomatische training en begeleiding:

  • Klachten in hoofdzaak op beperkingniveau: sociale participatiestoornis en in- en externe factoren (persoonskenmerken).
  • Beperkingen in A.D.L., onvermogen tot het uitvoeren van werkzaamheden, omgaan met (chronische ) pijn, beperkingen in het uitvoeren van sport en hobby’s. Kortom de mate van controle op het eigen functioneren.
  • Klachtenbeeld of ziekte, waarbij psychische spanning en/of stressvolle gebeurtenissen een negatieve invloed uitoefenen op het natuurlijk verloop.
  • Stressgerelateerde klachten, fobische klachten, hyperventilatie, chronische vermoeidheid, Burnout etc.

Werkstressproblemen
Met het psychosociale reïntegratie programma wordt gestreefd naar:

  • Herstel van het verstoorde evenwicht tussen draagkracht en draaglast.
  • Bewustwording van het lichamelijk functioneren in relatie tot het psychische en sociale functioneren in werk- en woonomgeving.

Werkwijze
In het programma wordt gebruik gemaakt van ontspanningstechnieken, stressmanagement, betere communicatieve vaardigheden en coaching. Het programma zal maximaal 10 sessies van 1 uur voor individuele training en begeleiding in beslag nemen.

Programma D: Bio-psychosociale training en begeleiding
Doelgroep D
Indicaties voor bio-psychosociale training en begeleiding:

  • Langer dan 6 weken uit het arbeidsproces
  • Klachten op het niveau van beperking in activiteiten en sociale participatie, zoals in doelgroep B en C is beschreven.

Werkwijze
Gedurende 5 weken 10 uur individuele- en 5 uur psychosociale training (PST).

Gedurende 4 weken 8 uur individuele- c.q. groepstraining en 2 uur PST

Gedurende 3 weken 6 uur groepstraining en 1 uur PST

Het trainings- en voorlichtingstraject is nagenoeg gelijk aan module B, doch de aanpak is nu meer gedragsgeoriënteerd gericht. Vooral ook om de psychosociale ondersteuning maximaal te kunnen uitnutten.

Follow up
Vanaf de 12e week t/m de 18e week vindt een follow up plaats (doen en blijven doen) teneinde na te gaan in hoeverre de cliënt de overeengekomen afspraken ook daadwerkelijk is nagekomen (contracting). Tevens om de lange termijn effecten te kunnen meten en de cliënt tot blijvende gedragsverandering te stimuleren.

De follow up bestaat uit een 2 wekelijks telefonisch contact en een eindgesprek.

Het bio-psychosociale reïntegratie programma

Verantwoording

Steeds meer wordt afgestapt van het zoeken naar de aanwezigheid van objectief vastgestelde stoornissen in anatomische structuren en/of fysiologische functies als verklaring voor het voortbestaan van wervelkolom klachten.

Naast deze stoornissen in fysiologische en mentale functies, beperkingen in activiteiten en sociale participatieproblemen wordt het opstellen van een gezondheidsprofiel gehanteerd als onderdeel van het gezondheidsprobleem van de betreffende cliënt ( ICIDH II ).

De beïnvloedbare ongunstige prognostische determinanten, zijnde de persoonsgebonden kenmerken in relatie tot de omgevingsfactoren, dienen als aangrijpingspunt om de juiste omstandigheden te creëren teneinde het beloop van het herstelproces gunstig te beïnvloeden.
In de literatuur wordt aangegeven dat rond de zes weken de kritische fase voor het ontstaan van chroniciteit ontstaat, omdat de cognitieaffectieve factoren dan een overheersende rol kunnen gaan spelen en de verbanden tussen de voornoemde stoornissen, beperkingen in activiteiten en sociale participatieproblemen steeds geringer worden. Gedragsmatige determinanten gaan het beloop in de tijd steeds meer beheersen en de grenzen van de fysieke en mentale belastbaarheid worden veel eerder bereikt dan voorheen.
Gedragsgeoriënteerde begeleiding is het aangewezen middel om de aandacht minder op de klachten (intern) en meer op de activiteitensituaties/omgeving (extern) te richten. Ter verhoging van de zelfcontrole en het zelfactiviteitsgevoel is het aanleren van een adequate coping dan ook zeer wenselijk. Een hermeneutische benaderingswijze wordt gehanteerd om de cliënt in dialoog met zichzelf te brengen. Het niveau van de activiteiten kan verhoogd worden door te oefenen op basis van tijdsgebonden activiteiten en niet zozeer op basis van de door de cliënt ervaren pijn (graded activity). Verbale en non-verbale communicatie worden ingezet om alle elementen van pijn, pijngewaarwording, pijnbeleving en pijngedrag bewust te maken. De cliënt speelt binnen zijn/haar herstelproces in de training/begeleiding setting een uiterst actieve rol en is dan ook zelf mede verantwoordelijk voor het geprognosticeerde (gecontracteerde) eindresultaat.
Ingespeeld wordt op de interacties binnen groepsprocessen (sociaal leren). De eigen omgevingsfactoren worden binnen de trainingsprogramma’s zoveel als mogelijk weerspiegeld om weer zo snel mogelijk te kunnen functioneren/ reïntegreren in de thuissituatie, op het werk, het verenigingsleven en in de sportbeoefening.

Ons streven
Nagestreefd wordt een onafhankelijk, zelfbewust, participerend en gelukkig persoon (contente mens) te kunnen ontslaan, die door zijn constructieve grondhouding respect afdwingt bij zijn omgeving.

Wat we doen
Het programma bestaat uit meerdere onderdelen: de intake en 4 afzonderlijke programma’s, afhankelijk van de hulpvraag en het gegeven advies.

De intake
Hierin worden de functionele gezondheidsaspecten, de persoonsgebonden- en omgevingsfactoren, alsmede de draaglast en de draagkracht in kaart gebracht. Vragenlijsten worden aangewend als meetinstrument. In overleg wordt de hulpvraag vastgesteld. De uitkomsten worden uitvoerig met de cliënt besproken en uitgewerkt in een uitgebreid verslag. Er wordt een individueel trainings- en begeleidingsprogramma opgesteld en advies gegeven voor een programma keuze. Desgewenst kan in een aangepast en specifiek op de betreffende situatie toegesneden programma voorzien worden.