Letsels

 

Spierscheur

Een spierscheuring is een (sport)blessure waarbij de spiervezels van de spier zijn aangedaan. Een spierscheuring is in drie categorieën in te delen:

Categorie 1: Hierbij is er sprake van een verrekking waarbij slechts enkele spiervezels verrekt zijn. Er is sprake van een minimale scheuring van de vezels (minder dan 10 procent) en zonder dat er een merkbaar defect in de spier te voelen is.

Categorie 2: Hierbij is er sprake van een verrekking waarbij de spiervezels gedeeltelijk (tussen 10 en 50 procent) zijn gescheurd. Meestal is deze scheuring in de spier te voelen.

Categorie 3: Hierbij is er sprake van een uitgebreide of totale scheuring (50 tot 100 procent) van de spiervezels. Hierbij is een duidelijke, goed (voelbare) scheur in de spierbuik aanwezig.

Het is belangrijk om direct na het afscheuren van een spier te koelen met water, ijs of een cold-pack gedurende 15 tot 20 minuten (leg altijd een doek ertussen), het lichaamsdeel niet te gebruiken om op de steunen (Rustgeven!) en om drukverband aan te leggen.

Daarnaast is het slim om zo snel mogelijk je spieren te laten nakijken door een (sport)fysiotherapeut of specialist. Hij kan de ernst van de blessure vaststellen en advies geven over het verdere verloop. De (sport)fysiotherapeut kan een echo maken en helpen met een oefenprogramma om het genezingsproces van de spieren te bevorderen. Als de spier iets is ingescheurd, gaat herstel een stuk sneller dan bij een volledige scheuring van de spieren. De behandeling is afhankelijk van de ernst van de spierscheuring. Over het algemeen kan gesteld worden dat na 4-6 weken weer voorzichtig met sporten begonnen mag worden. Dit zal echter per persoon verschillen.

Ontwrichting

Ontwrichting ook wel luxatie of dislocatie is het uit de kom schieten van een gewricht. De gewrichten die het meest luxeren zijn de schouder en de vingerkootjes. Er is bij een luxatie vaak schade aan de omliggende kapsels en banden rond het gewricht. Soms is er ook schade aan de zenuwen en bloedvaten en raakt het kraakbeen en/of gewrichtsoppervlak beschadigd. Een gedeeltelijke ontwrichting wordt een subluxatie genoemd.
Als gevolg van de beschadiging van kapsels en banden kan er een vergrote beweeglijkheid ontstaan in een gewricht wat tot instabiliteit leidt.
Afhankelijk van de restschade zal een eventuele operatie overwogen worden. De fysiotherapeut zal er zich met name op richten dat de kracht en stabiliteit getraind wordt. Dit is belangrijk om te voorkomen dat het gewricht instabiel blijft en er in de toekomst geen nieuwe ontwrichting optreedt.

Botbreuk

Tijdens bepaalde activiteiten, zoals een val, wordt er een grote kracht op het bot uitgeoefend. Wanneer deze kracht groter is dan wat het bot aankan, kan dit resulteren in een breuk. Personen met dit verschijnsel ervaren meestal plotse scherpe, intense pijn op het moment van het trauma. Personen met deze breuk kunnen naast pijn ook zwelling en blauwe plekken ervaren. Ook neemt de pijn toe tijdens duwactiviteiten, bepaalde bewegingen en bij het drukken op de aangedane regio. Personen met een breuk genezen gewoonlijk volledig met adequate behandeling. Deze behandeling kan chirurgisch of conservatief(zonder operatie) zijn. Binnen een aantal weken tot maanden, kan er een begeleide terugkeer naar activiteiten en sport plaats vinden. Personen met ernstige geassocieerde letsels, zoals: schade aan andere botstukken, weefsel schade, zenuw of bloedvat schade, hebben vaak een langer durend revalidatieproces. Fysiotherapeutische behandeling van personen met dit letsel, is noodzakelijk voor een snel herstelproces, optimale uitkomst en om de kans op het opnieuw optreden van het letsel te verminderen. De fysiotherapeutische behandeling kan bestaan uit: Weke delen massage (soft-tissue), gewricht mobilisatie, dry Needling therapie, triggerpointtherapie, elektrotherapie (bijv. Ultrasound), medical taping of easytaping, compressiebandage, bracing, progressieve oefeningen om flexibiliteit en kracht te bevorderen, advies, training en activiteit aanpassingen.