Huidklachten

Acne

We spreken van acne als poriën met talg, bacteriën en vetzuren verstopt zijn. Deze talgophopingen veroorzaken ontstekingen in de omliggende huid: er ontstaan rode bultjes, puistjes en onderhuidse ontstekingen. Acne komt vooral voor in het gezicht, op de borst en op de rug. Er bestaat geen standaardbehandeling voor acne. Flinke ontstekingsverschijnselen vragen om een andere behandeling dan de aanwezigheid van mee-eters. De ernst van de aandoening, de klachten, het optreden van littekenvorming, maar ook de leeftijd en het geslacht van de patiënt bepalen welke behandelmethode(s) of middelen het meest effectief zijn.
Patiënten die veel en langdurig last hebben van acne, zijn vaak zowel bij een huisarts of medisch specialist als bij een huidtherapeut onder behandeling. De huisarts of medisch specialist kan medicijnen voorschrijven die aansluiten op de behandeling bij de huidtherapeut. De huidtherapeut kan uw huid intensief reinigen en het herstel van de huid stimuleren. Hierdoor komt de acne tot rust en verbetert de huidstructuur. Daarnaast behandelt de huidtherapeut problemen die voortkomen uit acne, zoals littekens. Acnetherapie bij de huidtherapeut kan onder meer bestaan uit:
– Manuele reiniging van de huid.
– Dieptereiniging van de huid met behulp van medische/chemische peelings.
– Rood/blauw lichttherapie.
– Licht- en lasertherapie.
– Adviezen met betrekking tot het zelf verzorgen van de huid en eventuele littekens.

Littekens

Littekens zijn ontsierende en vaak gevoelige huidafwijkingen die ontstaan als de wondgenezing verstoord wordt. We onderscheiden verschillende soorten littekens:
‘Gewone’ littekens: Als een wond(je) normaal geneest, kan er een ‘gewoon’ litteken overblijven in de vorm van een smalle streep. Na verloop van tijd kan de streep wit van kleur worden of juist donkerder door een sterkere pigmentvorming op die plek.
Atrofische littekens: Doordat het weefsel onder het litteken verminderd is, liggen deze littekens vaak wat verzonken in de huid, denk aan het zogenaamde ‘putjes’-effect van acne of waterpokken. De littekens zijn klein en rond.
Hypertrofische littekens: Dit zijn verdikte littekens die bovenop de huid liggen als gevolg van een teveel aan collageenweefsel (hypertrofie). Ze zijn rood tot lichtroze van kleur. De littekens komen relatief veel voor bij jonge mensen, slachtoffers van brandwonden en mensen met een donkere huid. Ze kunnen jeuken of pijn doen. Soms verdwijnen ze weer vanzelf, maar dat kan jaren duren.
Keloïdale littekens: Deze zijn vergelijkbaar met hypertrofische littekens maar groeien over de grenzen van het wondgebied heen tot onregelmatige, abnormaal verdikte plekken. Deze littekens komen bovengemiddeld voor bij jonge mensen en negroïde mensen. Ze ontstaan tijdens de genezing van operatiewonden, brandwonden, vaccinaties, tatoeages, piercings of acne.

Littekens kunnen jeuk of pijn veroorzaken, een gewricht in zijn beweging beperken en soms leiden tot psychosociale klachten als de gevolg van schaamte voor cosmetische ontsieringen. De huidtherapeut kan problemen behandelen die voortkomen uit littekenweefsel, denk aan hypertrofie (collageenophoping), roodheid, pijn, jeuk, verkleuring, verharding, verkleving, slechte doorbloeding, bewegingsbeperking en oedeem (vochtophoping).

Wonden

Een gezonde huid is goed doorbloed en heeft voldoende zuurstof en voeding om wondjes snel te genezen. Als de doorbloeding van onze huid vermindert, kunnen wondjes niet (goed) genezen. Er ontstaan chronische open wonden met het risico op infecties en afsterving. Wondsoorten:
‘Open been’: Een ‘open been’ (de medische term is ulcus cruris dat letterlijk ‘zweer aan het onderbeen’ betekent) is een chronische wond aan het onderbeen. Door een stoornis in de bloedsomloop geneest de wond slecht en blijft hij open en vochtig of juist korstig. Open benen komen veel voor, vooral bij ouderen, en worden vaak veroorzaakt door chronische veneuze insufficiëntie (CVI) of spataderen (meer hierover vindt u op onze pagina veneus oedeem).
Doorligwonden: Langdurige druk of wrijving tussen de huid over het bot en een externe onderlaag (meestal bed of stoel) veroorzaakt zuurstoftekort in de huid en het onderhuidse bindweefsel van deze ‘doorligplek’. Door de aanhoudende druk gaat het weefsel dood. De dode huid en het onderliggende bindweefsel verdwijnen en er ontstaat een wond. Deze zogenaamde doorligwond (decubitus) komt vaak voor op het stuitje of op de hielen.
Diabetische voet: Mensen met diabetes krijgen vaak last van een diabetische voet. Als de gevoelszenuwen niet goed functioneren en pijnsignalen niet meer worden waargenomen, kunnen ze ongemerkt blaren of wondjes aan de voeten oplopen. Door de diabetes is de bloedsomloop in de voeten beperkt, zodat de wondjes niet of nauwelijks genezen.
De huidtherapeut beschikt over goede kennis en technieken om chronische wonden te kunnen behandelen. De invulling en intensiteit van de behandeling zijn afhankelijk van de soort wond. De huidtherapeut zorgt ervoor, dat de wond schoon is en blijft zodat deze – met behulp van het juiste materiaal (denk aan zwachtels, elastische kousen etc.) – langzaam kan dichtgroeien. Daarnaast kan de huidtherapeut u behandelen met oedeemtherapie. Door manuele lymfdrainage (een speciale massagetechniek), vaak in combinatie met compressietherapie – het aanbrengen van zwachtels of elastische kousen – zorgt de huidtherapeut ervoor, dat het vocht beter afgevoerd wordt. De huid raakt beter doorbloed en de wond geneest sneller.

Pigmentstoornissen

We spreken van pigmentstoornissen als er teveel of juist te weinig pigment in de huid aanwezig is. De huidtherapeut behandelt patiënten met hyperpigmentatie (teveel pigment) en met hypopigmentatie (te weinig pigment). De meest voorkomende pigmentstoornissen zijn:
Lentigo: ook wel ouderdomsvlek of levervlek genoemd. Dit is een veel voorkomende, bruine verkleuring van de huid die doorgaans goedaardig is. Deze huidafwijking treedt vanaf middelbare leeftijd op bij mensen met een licht huidtype die veelvuldig aan zonlicht hebben blootgestaan. Een lentigo komt met name voor in het gezicht en op de handruggen. Een enkele keer worden de vorm en de kleur van de vlek grilliger en ontwikkelt een lentigo zich kwaadaardig. Als een ouderdomsvlek van grootte of kleur verandert of klachten geeft, raden wij een bezoek aan de huisarts aan.
Melasma: ook wel zwangerschapsmasker genoemd, is een goedaardige bruine verkleuring in het gelaat bij vrouwen die zwanger zijn, de pil of hormoonmedicatie gebruiken. Melasma komt met name voor op het voorhoofd, de jukbeenderen, de bovenlip en de kin. Het is een onschuldige huidafwijking die, na de bevalling of na het stoppen met de pil of andere hormoonmedicatie, vaak weer spontaan verdwijnt. Als een vrouw eenmaal melasma heeft gehad, is de kans groot dat het zich onder invloed van een zwangerschap, hormoonmedicatie, pilgebruik of zonlicht opnieuw ontwikkelt.
Post inflammatoire hyperpigmentatie (PIH): is een goedaardige rode tot bruine verkleuring van de huid. Het komt voor op plaatsen waar een ontsteking heeft plaatsgevonden, zoals acne of eczeem. Mensen met een donker huidtype hebben een grotere kans op het ontwikkelen van PIH. Nadat de ontsteking is verdwenen, kan de verkleuring zeer langzaam wegtrekken, maar dit is lang niet altijd het geval.
Vitiligo: is een onschuldige maar soms ontsierende aandoening; door het verdwijnen van pigmentcellen verliezen delen van de huid en haren hun kleur, met name in het gezicht, op de handen en in de schaamstreek. Er ontstaan melkwitte vlekken in verschillende vormen en groottes.
Naevus: oftewel moedervlek, is een goedaardige en soms verheven vlek op de huid die licht tot donker van kleur is. Naevi (moedervlekken) kunnen vanaf de geboorte aanwezig zijn, maar de meeste ontstaan tussen het 3e en 40ste levensjaar. Erfelijke aanleg en zonverbrandingen op kinderleeftijd kunnen de ontwikkeling van naevi (moedervlekken) stimuleren. In een enkel geval kan een naevus (moedervlek) zich kwaadaardig ontwikkelen. Als een moedervlek van grootte of kleur verandert of klachten geeft, raden wij een bezoek aan de huisarts aan. Deze kan vaststellen of er sprake is van huidkanker waarna behandeling noodzakelijk is.
De huidtherapeut kan per pigmentstoornis uit verschillende behandelmethodes kiezen. De keuze wordt bepaald door de grootte en de locatie van de pigmentvlek, de diepte waarop de pigmentlaag zich bevindt en de concentratie van het pigment in de huid. Licht- en lasertherapie,
microdermabrasie, cryotherapie en medische/chemische peelings, micro needling, camouflagetherapie kunnen het aanwezige pigment verminderen en/of camoufleren.

Huidverandering door bestraling

Tijdens en na bestraling (radiotherapie) kan de huid veranderen in het gebied van de bestraling. Op deze plek kan de huid droog en schilferig worden of juist vettig. Daarnaast maakt radiotherapie de huid vaak rood en dun. Na enige tijd kleurt de bestraalde huid mogelijk donkerder en soms zijn er bloedvaatjes zichtbaar. De huidtherapeut kan na het beoordelen van de huid een persoonlijk advies geven op het gebied van huidverzorgingsproducten en eventuele behandelmogelijkheden. Er is mogelijkheid om de “warmte” uit de huid te krijgen door bepaalde verbandmiddelen bijvoorbeeld elastogel. Ook bij zenuwpijn naderhand kan dit tot een behandelmogelijkheid dienen.

Overbeharing

We spreken van overbeharing als er teveel en te dikke haren groeien op plekken waar normaal geen of slechts dunne haren groeien. Er zijn twee vormen van overbeharing: hypertrichose en hirsutisme. Ze komen meestal afzonderlijk voor, maar kunnen ook in combinatie optreden. Hypertrichose is overmatige haargroei op plaatsen waar van nature al enige haargroei is. Er kunnen fijne haartjes verschijnen in het gezicht, bij de slapen en bij de wenkbrauwen. Haren op de armen kunnen langer worden en in aantal toenemen. Onderbenen en romp zijn dan meestal ook zwaarder behaard. Hypertrichose komt zowel bij mannen als bij vrouwen voor en ontstaat in de puberteit. Bij hirsutisme krijgen vrouwen haar op plaatsen waar meestal alleen mannen haren ontwikkelen. In plaats van donshaar verschijnt er veel en donker haar op plekken als de bovenlip, wangen, kin en hals, rond de tepels, op de borst, de rug, de buik en in de liesstreek. Ook op armen en benen is de haargroei meer dan ‘normaal’.
Huidtherapie kan overbeharing op 2 manieren behandelen:
Elektrische epilatie: de huidtherapeut laat een minuscuul naaldje in het haarzakje glijden en geeft vervolgens enkele seconden stroom. Door de stroom ontstaat er warmte in het haarzakje, waardoor de haar beschadigd en vernietigd wordt.
Fotothermolyse: is een epilatiemethode met licht- of lasertherapie. De huid wordt zeer kort blootgesteld aan een lichtbundel met een specifieke golflengte. Omdat de huidtherapeut de behandeling niet haartje voor haartje aanpakt maar bij iedere lichtflits een aantal haren tegelijk raakt, kunnen in korte tijd grote oppervlakten behandeld worden.